Restitutie CSG/CRDS

Restitutie CSG/CRDS

U ontvangt binnen 48 uur een antwoord van ons.

  • Uw restitutieverzoek betreft: *
  • Uw woonplaats : *
*Verplichte velden

Geldt dit ook voor mij ?

U kunt restitutie vragen van de sociale heffingen indien een van de volgende situaties op u van toepassing is:

U bent grenswerker

U woont in Frankrijk maar u valt onder het socialezekerheidsstelsel van een ander Europees land waar u werkzaam bent (een Lidstaat van de Europese Unie of Zwitserland): dit betreft alle soorten inkomsten uit vermogen (lijfrenten, inkomen uit vermogen, meerwaarde op de verkoop van waardepapieren en sociale rechten, meerwaarde op onroerend goed, roerende inkomsten etc.)

U bent niet-ingezetene

U woont en werkt in een andere Lidstaat van de Europese Unie (inclusief het VK vóór de Brexit) of Zwitserland – u bent verzekerd voor de sociale verzekeringen in dat land en u heeft plus-value gerealiseerd in het kader van de verkoop van een onroerend goed in Frankrijk of u heeft huurinkomsten ontvangen in Frankrijk.

In deze gevallen kunt restitutie vragen van de sociale heffingen die in Frankrijk over uw inkomsten geheven zijn.

START DE PROCEDURE

Welk bedrag kan ik terugvragen?

Het bedrag dat u terug kunt vragen betreft het totaal van de sociale heffingen die geheven zijn over uw inkomsten uit vermogen te weten:

  • 15,5% voor de heffingen in 2016 en 2017
  • 17,2% voor de heffingen na 1 januari 2018.

Voorbeeld voor plus-value gerealiseerd over een onroerend goed in 2016:

Exemple pour une plue-value immobilière réalisée en 2016

Bij deze bedragen moet nog het wettelijk rentepercentage van 2,2% per jaar worden opgeteld.

START DE PROCEDURE

Waarom nu restitutie vragen?

Uw recht op restitutie is door de Franse rechter veiliggesteld middels een arrest van het Hof van beroep van 31 mei 2018 !

Deze positieve uitspraak is het resultaat van een lang juridisch gevecht tegen de Franse Staat en is volledig gestoeld op het Europees recht dat voorrang heeft boven de Franse wetgeving:

Het jaar 2000: het begin

Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelt voor de eerste keer dat de heffingen van de CSG en de CRDS over inkomsten uit arbeid van belastingplichtigen die onder de socialezekerheidswetgeving van een andere lidstaat vallen: «onverenigbaar is met het verbod van een stapeling van toepasselijke wetgevingen voor de sociale verzekeringen, volgens artikel 13, lid 1, van het reglement n°1408/71, en met het principe van vrij verkeer en vestiging van werknemers dat door het verdrag gewaarborgd wordt. ».

Sindsdien heeft Frankrijk zich aan deze uitspraak gehouden, maar hiermee was echter nog niets besloten over het lot van de sociale heffingen geheven over inkomsten uit vermogen.

2015: een cruciaal jaar met 3 uitspraken.

1e uitspraak: Frankrijk op de vingers getikt door het Europese Hof:

Het Hof van Luxemburg heeft opnieuw besloten ten gunste van de belastingplichtige middels het bekende « de Ruyter arrest » van 26 februari 2015 door te oordelen dat op grond van het beginsel van eenheid van de toepasselijke sociale wetgeving het verboden is van een persoon te verlangen dat hij sociale bijdragen betaalt in een andere staat dan die waartoe hij voor zijn sociale zekerheid behoort.

De Franse Raad van State heeft zich vervolgens aangesloten bij het standpunt van het Hof van Justitie van de Europese Unie in een arrest van 17 april 2015, en heeft daarbij de volgende grondbeginselen in herinnering gebracht:

  • De al dan niet aanwezigheid van een tegenprestatie in de vorm van uitkeringen is niet relevant,
  • Het feit dat heffingen als belasting worden gekwalificeerd door een nationale wetgeving sluit de toepassing van het reglement n° 1408/71 niet uit,
  • Van personen die niet onder het Franse sociale verzekeringsstelsel vallen mag niet worden verlangd dat zij premies of bijdragen moeten betalen die binnen de werkingssfeer van Verordening 1408/71 vallen.

2e uitspraak: Frankrijk legt zich neer bij de gerechtelijke uitspraken:

Gedwongen de jurisprudentie van de hoogste Europese en nationale rechtbanken na te leven, hebben de Franse belastingautoriteiten ingestemd de sociale premies te restitueren.

Ons kantoor heeft actief bijgedragen aan deze eerste fase van het proces en heeft restitutie gekregen van de onterecht door de fiscus ingehouden bedragen voor een groot aantal grensarbeiders en buitenlandse cliënten.

3e uitspraak: Frankrijk weet de jurisprudentie van het « De Ruyter arrest » te omzeilen en handhaaft de sociale heffingen!

De Franse regering heeft in het kader van de wet betreffende de financiering van de sociale verzekeringen 2016 (wet nr. 2015-1702 van 21 december 2015) een bepaling aangenomen (artikel 24 van de wet) om de Europese jurisprudentie te omzeilen en om zo de belastingdienst toe te staan de inkomsten van personen die vallen onder het sociale verzekeringsstelsel van een andere staat opnieuw te belasten met sociale heffingen!

In grote lijnen heeft de wet de opbrengst van de sociale heffingen toegekend aan bepaalde specifieke sociale organen, namelijk het Solidariteitsfonds voor ouderen (FSV), het Fonds voor de afschrijving van de sociale schuld (Cades) en het Nationaal Solidariteitsfonds (Cnsa), die allen uitkeringen verstrekken zonder dat er een premieplicht tegenover staat, d.w.z. dat deze uitkeringen worden verstrekt zonder dat de begunstigden premies hebben af gedragen aan een of ander verplicht sociaal zekerheidsstelsel.

Vanaf 2016: over inkomsten uit vermogen worden opnieuw sociale heffingen ingehouden.

Het doel en de aanwending van de sociale heffingen blijven hetzelfde.

De sociale heffingen op inkomsten uit vermogen worden ingehouden bij:

  • Natuurlijke personen die fiscaal gezien hun domicilie in Frankrijk hebben, zelfs als zij niet onder het verplichte Franse sociale verzekeringsstelsel vallen,
  • Niet-ingezetenen die inkomsten genieten uit onroerend goed of plus-value hebben genoten over onroerend goed in Frankrijk.

Daarbij worden de sociale premies geheven over:

  • Met terugwerkende kracht, inkomsten uit vermogen ontvangen vanaf 2015 en waarvan de belasting automatisch geïnd wordt; de inkomsten staan op de belastingaangifte. Dit is met name het geval bij huuropbrengsten ontvangen in 2015 door niet-ingezetenen.
  • Vanaf 1 januari 2016, inkomsten uit vermogen waarbij achteraf belasting wordt geheven. Dit is met name het geval bij gerealiseerde plus-value bij verkoop van een onroerend goed na 1 januari 2016.

Tenslotte is het percentage van de sociale heffingen vanaf 1 januari 2018 van 15,5% naar 17,2% gegaan.

2017: eerste bezwaarschriften en eerste uitspraak waarmee de nieuwe regel wordt afgestraft!

Al snel zijn de eerste beroepen ingesteld om deze nieuwe wetgeving te bestrijden en om restitutie te verkrijgen van de sociale heffingen; een eerste gunstige uitspraak is al in juli 2017 afgegeven door de bestuursrechter.

Volgens deze uitspraak, is de wet ter financiering van de sociale zekerheid voor het jaar 2016 in strijd met de Europese wetgeving en meer in het bijzonder in strijd met het principe van eenheid van de toepasselijke sociale wetgeving!

De motivering van het vonnis is volkomen helder en duidelijk:

In eerste instantie schetst de rechter de daadwerkelijke bedoelingen van de Franse overheid met het aannemen van deze financieringswet; namelijk het scheppen van een wettelijk kader om door te kunnen gaan met het innen van sociale heffingen over inkomsten uit vermogen van personen die onder een buitenlands sociaal verzekeringsstelsel vallen. Vrij vertaald uit de motivering van het vonnis:

« Overwegende dat is aangetoond dat artikel 24 van de wet over de financiering van de sociale zekerheid voor 2016 de bestemming van de opbrengsten van de sociale heffingen wijzigt door deze over te hevelen naar de financiering van niet premie- of bijdrageafhankelijke uitkeringen, dit om het «arrest De Ruyter» in de toekomst te respecteren en tegelijkertijd de sociale heffingen op de inkomsten uit vermogen van betrokkenen te handhaven, en dat door de sociale heffingen over inkomsten uit vermogen toe te kennen aan andere takken van de sociale zekerheid, namelijk aan de bovengenoemde FSV, Cades en Cnsa, de wetgever, en dit blijkt overduidelijk uit de voorbereidingen, niet alleen de Franse wetgeving heeft willen aanpassen aan de eisen van het Europees recht, maar tevens de opbrengst van deze sociale heffingen over inkomsten uit vermogen heeft willen handhaven door deze, buiten de socialezekerheidsstelsels in de zin van het Europees recht om te bestemmen voor organen die niet premie- of bijdrageafhankelijke uitkeringen verstrekken waarvoor geen aansluiting bij een Frans sociaal zekerheidsstelsel vereist is. ».

In tweede instantie overweegt de rechter dat de nieuwe bepalingen ingesteld door de Franse overheid niet leiden tot de aanpassing van de Franse wetgeving aan het reglement n°1408/71 aangezien de nieuwe bestemmingen van deze sociale heffingen nog altijd gelijkgesteld zijn aan «sociale premies» in de zin van het reglement n° 1408/71.

Dit gaat op voor de toekenning aan het FSV aangezien deze in het bijzonder bestemd is voor ouderdomsuitkeringen zoals bedoeld in artikel 4 van het reglement n° 1408/71.

Ook gaat dit ook op voor de toekenning aan de Cades aangezien dit orgaan bedoeld is voor de afbetaling van schulden van het Franse verplichte sociale verzekeringsstelsel die ontstaan zijn door sociale uitkeringen in het verleden.

Tenslotte geldt dit ook voor de toekenning aan de Cnsa aangezien daarmee de begeleiding wordt gefinancierd van ouderen en gehandicapten in het kader van het behoud van hun autonomie, iets wat valt onder ziekte-uitkeringen in de zin van artikel 4, lid 1, a) van het Europees reglement n° 1408/71.

Bovendien stelt de rechter dat de non-conformiteit van de Franse wetgeving met het Europees recht dusdanig overduidelijk is, omdat er nog altijd een rechtstreeks en voldoende relevant verband is tussen de sociale heffingen en bepaalde takken van de sociale zekerheid, dat het zelfs niet nodig is het Europese Hof van Justitie hierover een prejudiciële vraag voor te leggen!

2018: de erkenning van het recht op restitutie door het Hof van beroep te Nancy

Middels het arrest van 31 mei 2018, heeft het Hof van Nancy besloten dat van de totale opbrengst van de sociale heffingen (van 15,5%), het overgrote deel, te weten 14,05%, wordt gebruikt voor de financiering van het “Fonds de solidarité vieillesse” (FSV,) het Ouderdomssolidariteitsfonds en de “Caisse d’amortissement de la dette sociale” (CADES), een fonds voor afbetaling van de nationale sociale schuld van Frankrijk, en dat dit onmiddellijk terug moet worden betaald aan de belastingbetaler.

Het Hof heeft overwogen dat, omdat deze heffingen sociale uitkeringen financieren, zij vallen onder de werkingssfeer van de verordening EC n°883/2004 en dus vallen zij onder het beginsel van de eenheid van wetgeving waarin deze tekst voorziet, hetgeen betekent dat belastingplichtigen niet aan sociale premies mogen worden onderworpen in een andere staat dan die waarvan zij voor hun sociale zekerheid afhankelijk zijn.

Voor een klein gedeelte van de sociale heffingen, te weten 1,45 %, die bedoeld zijn ter financiering van de Caisse nationale de solidarité pour l’autonomie (CNSA), (een Nationaal Solidariteitsfonds ter behoud van autonomie) heeft het Hof besloten de zaak aan te houden en heeft verzocht aan het Hof van Justitie van de Europese Unie een uitspraak te doen over de vraag of de uitkeringen verstrekt door de CNSA, te weten de persoonlijke autonomietoelage (APA) en de invaliditeitsuitkering (PCH), uitkeringen zijn bij ziekte ter dekking van bijkomende kosten van het dagelijks leven, zodat zij binnen het toepassingsgebied van Europese verordening vallen, of dat dit uitkeringen zijn van het type "sociale hulp", aangezien de financiële middelen van de begunstigde in aanmerking worden genomen.

Uit het voorgaande blijkt dat tot op heden de belastingplichtigen die niet zijn aangesloten bij een Frans stelsel van verplichte sociale zekerheid zich terecht kunnen beroepen op de ontkenning van het principe van eenheid van sociale wetgeving door te stellen dat hun inkomsten uit vermogen onterecht belast zijn met sociale heffingen die gebruikt worden door de eerder genoemde organen FSV en Cades en dat zij dus terecht kunnen eisen vrijgesteld te worden van de heffingen in het kader van de CSG, CRDS, en de andere sociale heffingen.

Tegelijk met de restitutieprocedure zal dan ook de restitutie worden gevraagd van het deel (1,45%) dat bestemd is voor de financiering van het CNSA, het eerdergenoemde Solidariteitsfonds. Het is niet nodig om de beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie af te wachten alvorens een verzoek hiertoe in te dienen.

De Minister van Procedures en Algemene Rekeningen heeft op 31 juli 2018 cassatie ingesteld tegen het besluit met n° 17NC02124 afgegeven op 31 mei 2018 door het Hof van beroep van Nancy. Het Cassatieberoep is ingeschreven bij de Raad van State (8e kamer) onder nummer 422780.

Het is echter niet nodig de uitkomst van deze procedure af te wachten alvorens een vordering tot terugbetaling in te stellen.

De Raad van State zal pas na enkele maanden of zelfs jaren, in de meeste gevallen ruim na het verstrijken van de termijn om restitutie te vragen, een beslissing nemen!

Met alle lichten op groen, moet er nu actie worden ondernomen voor het te laat is!

START DE PROCEDURE

Vóór welke datum moet ik reageren?

Sinds de inwerkingtreding van het verdrag nr. 3013-643 van 18 juli 2013 is een rechterlijke beslissing waarin de onverenigbaarheid is vastgesteld van een bepaling met een hogere wetgeving niet langer meer aanleiding om nieuwe termijn voor het indienen van een vordering in te laten gaan.

Anders gezegd, er moet niet gewacht worden tot de Raad van State of het Europees Hof van Justitie zich uitspreekt over deze nieuwe bepaling die inwerking is gezet middels de wet voor de financiering van de sociale verzekeringen voor 2016.

De termijnen voor het indienen van een klacht zijn dus die welke wettelijk zijn vastgesteld op grond van artikel R 196-1 van het Franse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Als u de termijnen laat verstrijken, is het te laat, ook al wordt de definitieve beslissing van de Raad van State pas na het verstrijken van deze termijnen genomen.

De termijnen voor het nemen van maatregelen zijn als volgt:

Delais plus-value immobiliere Delais revenus locatifs

Gezien termijn van 31 december 2018 die verstrijkt voor wat betreft de gerealiseerde meerwaarde (plus-value) over onroerend goed in 2016 en andere inkomsten uit vermogen die in 2015 zijn ontvangen (en die in de belastingaanslag 2016 zijn vermeld), is het in het belang van de belastingplichtige om direct, bij wijze van voorzorgsmaatregel te handelen zonder de uitkomst van de procedure af te wachten.

START DE PROCEDURE

Waarom ons mandateren?

U kunt op ons vertrouwen

Advocatenkantoor GOFFIN VAN AKEN bestaat uit drie meertalige advocaten en heeft in het verleden verschillende procedures ondernomen om niet-inwoners of grenswerkers te verdedigen tegenover de belastingdienst en sociale verzekeringsbanken, en heeft daarbij positieve resultaten behaald voor de verschillende rechtbanken.

Ook in de pers wordt ons kantoor ook regelmatig aangehaald:

Wat kunnen wij voor u doen

In het kader van een mandaat dat u ons toevertrouwt, zullen wij namens u:

  • Het dossier opbouwen
  • Een restitutieverzoek indienen bij de behoorde belastingdienst (dit betreft een verplichte formaliteit)
  • Vervolgens een procedure instellen voor de Bestuursrechtbank naar aanleiding van de verwerping van het restitutieverzoek dat de belastingdienst; zolang de Raad van State zich niet heeft uitgesproken over de conformiteit van de nieuwe wet van 2015, zal de belastingdienst namelijk alle restitutieverzoeken afwijzen.
START DE PROCEDURE

De kosten voor een procedure tot restitutie (dus het restitutieverzoek bij de belastingdienst) zijn:

FORFAIT: €500 ex. btw (dus €600 incl.) + 15% ex. btw van het totaalbedrag dat wordt gerestitueerd door de belastingdienst.

Dit bedrag is ongeacht het aantal fiscale jaren waarvoor restitutie wordt verzocht, en ongeacht de aard van inkomsten waarvoor de heffingen ingehouden.

Bij elke eventueel aanvullende procedure voor een Franse rechtbank wordt €500 ex. btw. per procedure in rekening gebracht.

START DE PROCEDURE